Voedingsmiddelen leveren je de benodigde energie om dagelijkse
werkzaamheden te verrichten alsmede het laten werken van je
lichaamsfuncties (bijv. het laten pompen van je hart). Deze hoeveelheid
energie wordt uitgedrukt in kcal (kilocaloriën). Een kcalorie is de
hoeveelheid energie die nodig is om een 1 gram zuiver water met 1 graad
Celsius te verwarmen.
Aangezien deze waarde mede afhankelijk is van de
specifieke warmte van het water, de temperatuur en de druk, voerde men
een grootheid in onafhankelijk is van deze factoren: De kilojoule
In de kilojoule zijn energie,arbeid en warmte opgenomen. 1 kcalorie
staat gelijk aan 4,184 kilojoule (kJ). Aangezien je makkelijk met
kcaloriën kunt rekenen, denken de meeste mensen nog altijd in caloriën.
En in het dagelijks gebruik spreken we ook altijd over caloriën terwijl
we eigenlijk kcaloriën bedoelen. Deze eenheid wordt gebruikt om aan te
geven hoeveel energie er in een bepaald voedingsmiddel aanwezig is.
Gezonde voeding bestaat uit een samenstelling in ongeveer deze verhouding:
25 tot 35% eiwitten
15 tot 20% vet
55 % koolhydraten
Ruim 50% van de totale aantal caloriën die u per dag verbruikt zijn
nodig voor de ruststofwisseling. Dit zijn activiteiten als het kloppen
van het hart en de ademhaling. We verbruiken ook weer caloriën om te
verteren wat wordt gegeten. Gemiddeld is dit 10% van de totale
energie-inname. Eet je 1500 caloriën, dan verbrand je daarvan dus al
zo'n 150 caloriën om dat alles te verteren. Het opnemen van voedsel
door je lichaam zorgt dus ook voor verbranding. Is uw energie opname
(voedsel) hoger dan uw verbruik door ruststofwisseling + lichamelijke
activiteit, dan spreken we van overvoeding. Het teveel wordt dan als
vet opgeslagen in het lichaam. Bij een energieopname die even groot is
als de totale energiebehoefte, kunnen we spreken van een goede
energiebalans.